Bowl – I’m No Man

Als de Popronde een wedstrijd zou zijn zou Bowl op het erepodium zijn beland. Dat de band hoge ogen zou gooien wist men in Utrecht allang. Daar wonnen de alumni van de Herman Brood Academie eerder dit jaar de befaamde Clash of The Titans.

Bowl wordt tot de postpunk gerekend, een paraplu die met elke band groter lijkt te worden. Recente single I’m No Man begint met een gitaarintro dat wel iets weg heeft van dat van Ticket To Ride van The Beatles, maar het zou best kunnen dat de band zich daar niet bewust van is. Wat volgt is een hoekige rocksong over mennekes die hun onzekerheid verhullen met spierballen en stoere taal.

Bowl bracht in de loop van het jaar drie singles uit.  Die staan nu verzameld staan op het mini-debuutalbum, Sweet Caffeine.

The Jesus & Mary Chain – jamcod

Toen The Jesus & Mary Chain debuteerde in 1985 met het Psycho Candy album en de Just Like Honey single was alles aan de band controversieel; hun uiterlijk, de bandnaam, het volume van hun shows die zelden langer dan 20 minuten duurden maar bovenal hun muziek.

Zo’n puist gestroomlijnde herrie hadden we nog nooit gehoord! Alsof The Ramones een oud Beach Boys nummer coverden met begeleiding van een stel straaljagers. Wat we toen – bijna 40 jaar geleden niet hadden durven bevroeden- was dat de stijl die de gebroeders Reid toen introduceerde, de shoegaze nu niet alleen nog steeds in zwang zou zijn, maar misschien nog wel populairder dan ooit. Zeker als we het zachtere zusje, de dreampop meerekenen.

The Jesus & Mary Chain bestaat nog steeds. Of alweer eigenlijk, ze zijn er tussen 1999 en 2007 even uit geweest. Zo revolutionair als toen is de band allang niet meer. Dat ze misschien hun haren, maar niet hun streken hebben verloren is goed af te horen aan nieuw single jamcod. Die als vanouds, schuurt en schaaft en alle meters in het rood laat lopen. Jamcod is de aanjager van een nieuw album , numero 8 van Jim en William Reid, die op 8 maart moet gaan uitkomen onder de titel Glasgow Eyes. Rond die tijd gaat The Jesus & Mary Chain ook weer touren. Leg je oordoppen maar alvast klaar.

The Scratch – Cheeky Bastard

Altijd leuk als de ene band een ander citeert. The Scratch haalt Champagne Super Nova aan van Oasis in Cheeky Bastard. Niet als compliment overigens. Hun muziek lijkt ook in niks op die van de gebroeders Gallagher. The Scratch is van de metal, maar dan met een flinke scheut folk in de mix. En humor.

Zo’n band kan eigenlijk alleen maar uit Ierland komen en dat doen ze dan ook. Uit Dublin om precies te zijn. De mix van metal en traditionele Ierse folk is  niet nieuw. Thin Lizzy deed jaren geleden al iets soortgelijks. In Cheeky Bastard serveert The Scratch hun stijlcocktail op een pulserende elektronische beat wat het nummer de drive geeft van een TGV op volle snelheid.

The Scratch is niet nieuw. Cheeky Bastard komt van een vierde album, Mind Yourself dat de band pas nog hier kwam promoten middels een korte tour. Bijzonder is dat het album en dus ook de single geproduceerd zijn door James Vincent McMorrow, singer-songwriter van beroep. De samenwerking van de bard met de rockers heeft een bijzonder album opgeleverd waarvan wij denken dat het ook buiten metal en folk kringen zal worden gewaardeerd.

Manu Louis – Club Copy

Manu Louis – Club Copy (Igloo Records/Outhere Music)

Manu Louis is een Belgische muzikant die resideert in Berlijn. In de stad die al sinds de jaren 70 zo verweven is met elektronica. Manu aardt er uitstekend, zo te horen, want Club Copy is een vrij briljante verzameling tracks geworden.

Er zijn jazzy elementen te vinden op het tien nummers tellende album, terwijl Louis vooral de uithoeken van het elektronische verkent. Dat levert soms verdomd dansbare nummers op. Zoals Economy, wanneer hij vocaal ondersteund wordt door de Brusselse experimentele jazzvocaliste Lynn Cassiers. Dat is prachtig. Het is het op één na langste (4.14) nummer op Club Copy. Full (49 seconden) is het kortst.

Winter duurt maar net anderhalve minuut. Een instrumentaal interludium dat veel wegheeft van een vingeroefening en ook niet veel groter moet worden gemaakt.

Tijdens het swingende Encore 1X (kolderieke titel) horen we Louis in ‘t Frans zingen op een springerige beat en een wat subversief drumritme. Hij zet een – volstrekt overbodig – stukje autotune in en voordat je het weet is de song al afgelopen, met z’n twee minuten en veertig seconden.

Winner is een soort elektroblues van ruim twee minuten, leunend tegen een muur van kerkorgelgeluiden. Afsluiter Ecology, met z’n vierenhalve minuut, is het meest poppie liedje op Club Copy. Een tekst om in te lijsten. Van Gummbah-achtig allooi: een man die zijn vriend uitlegt dat er een urgentie is om te vluchten, zoals de zaken er momenteel uitzien. Dus hier zijn ze, met hun kleine hondjes, de bankiers, dromend van een strand, op de maan… Manu Louis doet wat-ie wil. Check die albumhoes ook. Pieter Visscher

 

Friko – Crashing Through

Friko is zanger/gitarist Niko Kapetan en drummer Baily Minzenberger. Het duo komt uit Chicago en produceert onrustige rock.

Dat doen ze nog niet zo heel lang, een jaartje of twee, drie. Op eigen houtje wist Friko voldoende tamtam te maken om de aandacht te trekken van een medium sized label. ATO Records kennen we van bands als Alabama Shakes, Amyl & The Snifters en King Gizzard & The Lizard Wizard. Voorwaar geen slecht gezelschap om in te verkeren. Friko maakt powerpop met het accent op power.  Er zijn echter ook uitstapjes richting barok-pop en van een experimentje op zijn tijd is het duo ook niet vies.  Crashing Through is Friko is van alles wat; poppy, meerstemmige zang, recalcitrante gitaren en meer tempowisselingen dan de stoptrein tussen Leiden en Dan Haag. Misschien dat je een paar draaibeurten nodig hebt voordat het kwartje valt, maar grote kans dat je het nummer daarna een tijdlang niet meer uit je hersenpan kunt krijgen. We kijken uit naar een album.

Paceshifters – Figure It Out

Figure It Out, de opvolger van het bespiegelende Runaway Child is een bevlogen rocksong. Niet zo onstuimig misschien als de jonge hondenrock waarmee het trio uit Overijssel furore maakte, maar zeker geen easy listening.

Paceshifters heeft nu een jaar op vijftien op de teller en liever dan net te doen alsof ze de eeuwige jeugd hebben getuigen hun nieuwe songs van groei; muzikaal een mentaal. Op Figure it Out en misschien nog wel meer op het derde nieuwe nummer, Sirens laat Seb Dokman horen een geweldige zanger te zijn in de beste John Lennon traditie. De drie genoemde titels staan op de Where the Rivers Meet EP.

Op 29 december vieren de Paceshifters hun 15e verjaardag in de Tolhuistuin te Amsterdam.

The South Hill Experiment – O SOFIA

O SOFIA van The South Hill Experiment is een raar plaatje. Je bent gewaarschuwd.

Het woord experiment zit iet voor niets in de bandnaam. De motor achter The South Hil Experiment zijn de broers Gabe en Baird Acheson, oorspronkelijk uit maar tegenwoordig operationeel in L.A. BAIRD drijft ook nog een gelijknamig project en Gabe zit ook in Goldwash. Beide namen worden ook vermeld als medemakers van O SOFIA en de andere releases van The South Hill Experiment.

En dan nu de muziek. Die is poppy en jazzy en goeddeels elektronisch van klank. Het meest in het oor springende instrument van O SOFIA is een digitale koebel De leadzang is vervormd, de koortjes zijn meerstemmig. Of er een tweede EP of een eerste langspeler in voorbereiding is, kunnen we nog niet vertellen. Wel dat dat ongetwijfeld een bijzonder plaatje gaat worden.

Drench Fries – Poolside

Voor band met een woordspeling als naam moet je doorgaans oppassen. Popmuziek en humor gaan zelden goed samen. Maar met Drench Fries lijkt zo op het gehoor niets mis.

Veel is er nog niet te vertellen over het negen nummers oude Drench Fries. De kleine lettertjes leren dat alle songs geschreven zijn door Levi David Natras. Hem zien we waarschijnlijk op de foto op Spotify. Op de foto’s op Soundcloud en Facebook zien we ook nog een toetsenist. Internet is het er nog niet over eens of Drench Fries nu uit Seattle, St Louis of Brooklyn komt. Relevant is dat allemaal niet echt, waar het om draait is de muziek. Die zouden we willen rubriceren onder het kopje indiepop, lieve Beatle-esque kop-staartliedjes, fijn gezongen en fraai afgemaakt met smaakvolle gitaarsolo’s.

Coco – Do This Right

Do This Right van Coco is een van de mooiste liedjes van de laatste tijd, misschien wel van het hele jaar.

De nieuwe single van het Amerikaanse trio heeft wel iets weg van de oude Radiohead, maar dat heeft eigenlijk iedere introspectieve indie-ballad wel, de laatste 25 jaar. De zacht zalvende zang wordt halverwege onderbroken door een gitaarsolo die zo mogelijk nog onthaaster is. Coco neemt ook alle tijd om uit te wiegen. Pas na een dikke vijf en halve minuut wordt het stil.

Coco is de naam van een gelegenheidstrio dat zo goed boerde met hun debuutalbum dat ze maar besloten om voorlopig nog even door te gaan. Of dat ten koste gaat van de bands waaruit de leden afkomstig zijn; Maia Friedman is van the Dirty Projectors, Dan Mola zit in Lucius en Oliver Hill in Pavo Pavo zal de toekomst leren. Dat zal ook afhangen van het tweede album van het dromerige poptrio dat ze simpelweg 2 hebben gedoopt. 2 komt op 1 maart uit.

Pinguin Radio Podcast – Nieuwe muziek week 48 2023

Wekelijks maakt onze verslaggever Martje Schoemaker een podcast over de nieuwe singles die je die week nieuw hoort op de Pinguin Radio playlist.

Een nieuwe week betekent dus weer veel nieuwe muziek op Pinguin Radio, deze platen hoor je voorbij komen:

  1. Divorce – Sex & The Millennium Bridge (IJsbreker)
  2. Sprints – Shadow of a Doubt
  3. NewDad – Nightmares
  4. Friko – Crashing Through
  5. The South Hill Experiment – O SOFIA
  6. Drench Fries – Poolside
  7. Coco – Do This Right
  8. Nusantara Beat – Layung (NL)
  9. The Mocks – Do You Want Me Too? (NL)
  10. Porno For Pyros – Agua (Breekijzer)
  11. Arlo Parks – Jasmine (Popwarmer)
  12. Enola Gay – terra firma ft. Mount Palomar (Martje’s <3)