Mooon – She Makes Me Feel

Mooon is niet van deze tijd. Het trio oogt en klinkt alsof de klok is blijven stilstaan in 1965, vlak voordat de hippies het muzieklandschap definitief zouden veranderen met hun ellenlange liedjes, drum en dwarsfluitsolo’s. In talloze Amerikaans garages waren wannabe rockers bezig een antwoord te formuleren op de Britse invasie. De lieverdjes wilden klinken als the Beatles, de stoere jongens probeerden de Stones naar de kroon te steken. Terwijl de Beatle-klonen roemloos zijn verdwenen, zijn de Stones-adepten op hun beurt weer bronnen van inspiratie geworden. Bijvoorbeeld van het Brabantse Mooon.

Een eerste inventaris van wat later garagerock is gaan heten, verscheen begin jaren zeventig als dubbelalbum onder de naam Nuggets. Samensteller was Lenny Kay, de latere gitarist van Patti Smith. We kunnen Mooon waarschijnlijk geen groter compliment maken dan te zeggen dat She Makes Me Feel prima op Nuggets had gepast ergens tussen I Want Candy van The Strangeloves en Psychotic Reaction van Count Five.

Net als die tijdloze tracks is She Makes Me Feel  van Mooon een aanstekelijke no nonsense rocksong met smaak gemaakt, met flair gebracht en dus riekend naar garage. Voor wie nog meer Mooon wil, de band heeft een album uit en speelt volop. 

LIVEADATA: 14/Loungefest, Noordwijkerhout. 15/7 Valkhof festival, Nijmegen. 21/7 Summerbeek, Oosthuizen. 4/8 Zoomeravond, Artis, Amsterdam.

David Byrne – Gasoline & Dirty Sheets

David Byrne toonde zich de Julius Caesar van Down The Rabbit Hole. Hij kwam, zag en overwon. Dat een 66 jarige veteraan zijn jongere collega’s even een poepie laat ruiken als het gaat om overtuigend optreden is opmerkelijk. En onverwachts. Hoewel, als je in Byrne‘s verleden duikt ook weer niet helemaal.

Het opvallende is dat Byrne niet eerder met zo’n dynamische, gechoreografeerde show is gekomen. Het repertoire heeft hij al jaren en met de concertfilm Stop Making Sense, die hij maakte met Talking Heads is er ook een precedent. De vraag is dus eigenlijk waarom nu pas? Het antwoord ligt waarschijnlijk besloten in zijn nieuwe album, American Utopia, wederom een conceptplaat –Byrne doet niet aan losse liedjes- en deel van een multi-mediaproject dat als doel heeft mensen te wijzen op de goede dingen des levens.

Byrne‘s nieuwe album is geïnspireerd door Reasons To Be Cheerful een song van Ian Dury, je kent hem van Sex & Drugs & Rock & Roll.  Bij zo’n blijde boodschap past een enerverende show, die iedereen met een warm gevoel naar huis moet laten gaan. Dat is dus goed gelukt.

Een neveneffect van Byrne‘s overrompelend optreden is dat zijn American Utopia album weer in de belangstelling staat. Of eigenlijk nu pas. Het album heeft bij release niet veel aandacht gekregen. Het is alweer het elfde soloalbum van de voormalige Talking Heads leider en hoewel altijd interessant is Byrne‘s recente werk niet altijd relevant.  Dachten we. 

American Utopia is dat dus wel een belangrijk album, zeker in de context van de tour van Byrne en band. Dus gingen we op zoek naar een nummer dat past bij Pinguin. Onze keus viel op track 2, Gasoline & Dirty Sheets, een spannende song met een funky beat, een sterk refrein en mooie mysterieuze achtergrondzang. 

Het is even wennen, de metamorfose van David Byrne van neurotische onheilsbode, die ons waarschuwde voor Psychokillers, Roads to Nowhere en Life During Wartime naar positivo eerste klasse en we willen ook niet uitsluiten dat er enige ironie in het spel is, die mogelijk in een vervolg aan de oppervlakte komt, maar ook dan is de oude Talking Head anno 2018 weer net zo relevant als in 1978. En net zo goed.

LIVEDATUM 04/11 AFAS Live, Amsterdam

Lamont Dozier: “Ontbijten en dan de hele dag rammelen op de piano.”

Lamont Dozier is misschien zelf geen soullegende, maar zijn liedjes zijn wel degelijk legendarisch. Baby Love van The Supremes, Marvin Gaye’s Can I Get A Witness of Reach Out, I’ll Be There door The Four Tops zijn slechts een paar van de vele klassiekers die uit zijn pen vloeiden. Op Reimagination laat Dozier horen hoe hij zijn eigen hits bedoeld heeft.

Tekst Mania | Ruben Eg

Songteksten op de straten van Detroit op papieren boodschappentassen van de supermarkt krabbelen, zoals de straatarme Dozier in zijn begindagen als liedjessmid moest doen, is er al heel lang niet meer bij. Maar de romantiek van componeren is gebleven. “Ik kruip nog elke dag trouw achter de piano”, lacht hij. “Mijn dagelijkse routine is al veertig jaar: eerst ontbijten en dan de hele dag rammelen op de piano. De laatste jaren componeer ik vooral veel theatermuziek.”

Is het maken van liedjes voor het theater structureel anders dan popmuziek?
“Eigenlijk niet. Het is gewoon veel proberen en veel fouten maken, nieuwe melodieën en verhaallijnen bedenken. Je werkt wel meer samen, met scriptschrijvers enzo. Met mijn zoon Paris Ray werk ik de laatste anderhalf jaar aan de theaterproductie Last Stop On Market Street voor het Chicago Children’s Theatre. Daar ben ik heel enthousiast over. Het houdt mij bezig, scherp en creatief.”

En in de tussentijd nog een eigen plaat?
“Ik had producer Fred Mollin zo’n 2,5 geleden beloofd om dit te doen. Het leek hem leuk om liedjes die ik in de sixties schreef opnieuw te arrangeren en op te nemen. Maar pas onlangs kregen we de plaat eindelijk af.”

Hoe maak je een selectie je uit zo’n imposante collectie songs?
“Je kiest je eigen favorieten. Maar natuurlijk ook liedjes waarvan je weet dat mensen die graag eens op een andere manier willen horen. In My Lonely Room bijvoorbeeld. Die was door Martha & The Vandellas als danslied opgenomen. Ik heb er zelf een ballad van gemaakt.”

Begeleid je jezelf op de piano op I Can’t Help Myself (Sugar Pie Honey Bunch)?
“Nee. Dat is Brian… God vergeve me; nu ben ik zijn naam kwijt. Een blinde, maar geweldige pianospeler. We probeerden de essentie van het verhaal naar voren te halen, ook in de melodie. Veel van mijn liedjes zijn als dansliedjes opgenomen, terwijl de essentie van de tekst totaal anders is. Ik schreef veel songs als ballad, maar de artiesten versnelden het tempo steeds in de studio. Nu hoor je het origineel.”

Is songschrijven een echt ambacht?
“Voor mij ging zingen altijd hand in hand met schrijven. Ik had gewoon direct een melodie bij de tekst. Het is een soort puzzel die moet leggen. Als je bijvoorbeeld schrijft over een onbeantwoorde liefde, dan moet je dit gevoel dicteren met een sombere melodie.”

Voor wie zou je nu nog een song willen schrijven?
“Er zijn zo veel goede artiesten, die ook kunnen schrijven. Ed Sheeran is top. Of Mikky Ekko, die Stay voor Rihanna schreef. Ik heb voor veel jonge artiesten respect. En er zijn er best veel die interesse hebben om met mij samen te werken. Dat ga ik binnenkort ook doen.”

Liefhebbers luisteren wellicht ook naar Pinguin Grooves!

Donna Blue – Holiday

Je hebt dreampop en je hebt dromerige pop. Dromeriger dan Holiday van Donna Blue is fysiek-psychedelisch niet mogelijk. Holiday heeft het tempo van een ronddobberend bootje in een blauwe baai en de sfeer van een lange lome zomeravond aan de Côte d’Azur.

Nu we toch aan het mijmeren zijn, het jaar is 1964. De zangeres ligt in haar itsy bitsy teenie weenie yellow polka dot bikini op het strand en droomt van die leuke jongen, die ze de avond daarvoor heeft ontmoet in de bar van Hotel Shangri-la. Ze wacht met smacht, waar blijft hij met zijn lachende ogen en ongekamde haar? Straks roept haar vader dat ze terug naar het hotel moet komen. Wordt vervolgd. 

In minder liefdevolle handen dan die van Donna Blue‘s Danique van Kesteren en Bart van Dalen zou Holiday een pastiche geworden zijn, maar nu verraadt het nummer een grote kennis van en diepe affiniteit met muziek uit de eerste helft van de jaren zestig, toen in de V.S. teenagers als Carole King en Ellie Greenwich liedjes schreven voor meisjes zoals zij, naïef maar niet wereldvreemd en in Frankrijk slimme producers de Britse beat een Franse slag gaven en met yé yé girls een fenomeen schiepen dat tegen alle natuurwetten in de tand des tijds heeft weten te doorstaan.

Donna Blue speelt dit najaar in de Popronde, benieuwd hoe ze deze droom tot leven gaan wekken.

#312 Festival van de Week – Young Art

Beverwijk heeft niet alleen de grootste overdekte markt, maar met Young Art ook een van de interessantste festivals van Europa. Nou is interessant misschien niet het meest voor de hand liggende woord om een festival aan te prijzen, maar wat is er niet interessant aan een feestelijk evenement waar jonge kunstenaars in vrijwel alle disciplines hun beste beentje zullen voorzetten?

Pinguin Radio is een muziekzender en wij gaan dan ook in eerste instantie naar Young Art voor de muziek, maar tussen het dansen door zullen we zeker een kijkje nemen bij de exposities en installaties, doen we mee met de interactieve evenementen en leggen we ons oor te luisteren bij de dichters en auteurs. Ook zullen we geen nee zeggen tegen de smaakvolle en bijzondere versnaperingen die worden geserveerd en evenmin halen we onze neus op voor de heerlijke drankjes die worden geperst, gemixt en gebrouwen op Young Art.

Ons alibi om op 20 en 21juli af te reizen naar Park Westerhout in Beverwijk is en blijft echter de muziek. En die is er op het Young Art Festival net als alle andere artistieke uitingen in vele soorten en smaken.

De festivalnaam Young Art indachtig ligt het accent van het muziekprogramma op acts, die nog niet zo lang aan de weg timmeren, maar er staan ook een aantal bekendere namen op het programma. Waaronder die van de innemende softrocker Jeangu Macrooy, de intelligente oerrockband The Grand East, het taalvaardige Zwart Licht onder aanvoering van Akwasi en de even veelzijdige als goede zangeres-gitariste Nana Adjoa.

Minder bekend, maar zeker niet onbemind zijn turbopunkkwartet Jagd, paddopopgroep Morado, springindieband Tape Toy en Dirk., een losse pols rockcombo uit Gent.

En zo kunnen we nog wel even doorgaan, maar de kans dat de namen die we noemen een belletje laat rinkelen zal niet groot zijn. Young Art is immers een ontdekkingsfestival, waar je vandaag kennis kunt maken met de grote namen van morgen.

Voor blokkenschema’s, tijden en huisregels verwijzen we je graag naar www.youngartfestival.nl.  

Uitzending: Young Art Special, 7/7 19.00 uur. Herhaling 12/7 22.00 uur.

The Struts – Body Talks

Een zwaluw maakt nog geen glamrevival, maar het zou zo maar kunnen dat The Struts andere bands helpt hun schroom te overwinnen en net als zij weer een beetje glamour in de hardrockwereld willen brengen. Boze mannen en stoere vrouwen genoeg, het is wel weer eens tijd voor een beetje glans en glitter. Aan beiden geen gebrek bij Luke, Adam, Jed en Gethin van The Struts en na negen jaar samen is er ook voldoende ervaring. Combineer dat met een fysiek, die zich leent voor strakke pakken en kekke kapsels plus een koffer vol hard rockende songs en je hebt je de voorwaarden voor een topband.

Vreemd genoeg hebben de Amerikanen dat eerder door dan de landgenoten van The Struts uit het oer Engelse Derby. Dat komt waarschijnlijk omdat ze in de VS minstens zoveel waarde hechten aan show als aan business. Ook het feit dat Dave Grohl Strutsfan is, heeft voor wind in de zeilen gezorgd. Dave roept tegen iedere die het maar horen wil dat The Struts de beste support act is waarmee hij ooit te maken heeft gehad. De relatie gaat verder dan voetballen voor de optredens. Dave heeft zanger Luke, die in zijn vrije tijd gitaren beschildert ook gevraagd een paar van zijn instrumenten op te pimpen. The Struts is net klaar met de opnamen van hun tweede album.

Body Talk is een uitstekende opwarmer voor het album dat The Struts ook voet aan de grond in Engeland en Europa moet brengen. Body Talk heeft swing en schwung en lijkt dankij de stem van frontman Luke Spiller meer dan een klein beetje op Queen. Het tempo is in bruikleen van Iggy’s Lust For Life en de koortjes roepen prime time Stones in herinnering. Wie niet de neiging krijgt bij het horen van Body Talk van The Struts om op te springen en te gaan dansen is hier aan het verkeerde adres.

Miles Kane – Cry On My Guitar

Miles Kane‘s Cry On My Guitar heeft een weekje proefgedraaid. Dat gaf ons de kans om te horen dat de nieuwe single van de Britrocker meer is dan een lekker tussendoortje of een luxe advertentie van zijn nieuwe album. 

Terwijl zijn maat Alex Turner met Arctic Monkeys is opgeschoven in de richting van de weelderige jetset rock, die ze hadden ontwikkeld voor The Last Shadow Puppets betreedt Kane solo het gebied dat Arctic Monkeys heeft verlaten, dat van de krokante indierock.

Cry On My Guitar heeft een eigentijdse sound, maar is gemarineerd in een stijl die de boeken is ingegaan als glamrock. We spreken van de vroege jaren zeventig toen Bowie als Ziggy uit de kast kwam en bands als the Sweet en Slade hun kans schoon zagen. Kane zingt zelfs over een Ballroom Blitz. Volgens de credits schreef hij het nummer samen met Jamie T, maar als er Marc ‘T Rex’ Bolan had gestaan hadden we het ook geloofd. Benieuwd of Kane in de clip met eyeliner, schoenen met plateauzolen en een nauwsluitend glitterpak zal verschijnen. Cry On My Guitar is single drie van soloalbum drie, dat rond tien augustus gaat uitkomen onder de titel Coup De Grace.

LIVEDATA 01/10 Melkweg, Amsterdam 02/10 Botanique, Brussel (BE)

Oscar – 1UP feat. Sarah Bonito

Elke ochtend om acht uur is het tijd voor een verse Clip van de Dag. Met vandaag de nieuwe single 1UP van Oscar samen met Sarah Bonito, van de gekke Londense band Kero Kero Bonito. We volgen Oscar Scheller al een tijdje, in 2015 scoorde hij de IJsbreker met Breaking My Phone. Het was zo’n twee jaar stil rondom de jonge indiester, maar nu dan eindelijk weer nieuwe muziek. Het is wat meer pop en elektronischer, Japanser zou je kunnen zeggen. Duidelijk de invloeden van Kero Kero Bonito. De videoclip is geheel in stijl met verwijzingen naar Nintendo.