Melin Melyn – Dewin Dwl

In welke taal zingt Melin Melyn? Is het Duits, Deens of koeterwaals? Polyglotten, Engelandvaarders en taalkundigen zullen in bandnaam en songtitel waarschijnlijk wel het Welsh herkennen, een Keltische taal die zelfs in Wales nog maar door zo’n zeventeen procent van de bevolking wordt gesproken.

Wil je een wereldhit scoren kan je beter niet in het Welsh zingen. Daar trekt het vijftal uit Cardiff zich dus niks van aan. Dewin Dwl, Silly Wizzard in het Engels maakt sowieso duidelijk dat we hier van doen hebben met een lekker eigenwijze band.

Dewin Dwl is een strand ballad met surfgitaar, toefjes toeter en super sterke gitaarsolo waar iemand doodleuk doorheen praat. De van een later dit jaar te verschijnen EP getrokken single zou je uit volle borst willen meezingen, maar ja, hij is in het Welsh he?

Altın Gün – Kısasa kısas

Het Yol-album is nog geen half jaar oud of deze week is er al weer een nieuw album verschenen van Altin Gün.

Ãlem is echter niet zo maar een album, de plaat zal alleen op Bandcamp verkrijgbaar zijn, tegen betaling. Alleen single Kisasa Kisas staat op Spotify etc. De opbrengst van het nieuwe album is bestemd voor Earth Today, een ecologische organisatie die Altin Gün een warm hart toedraagt.

Bijzonder ook is dat Kisasa Kisas een eigen nummer is. Daarmee wijkt de band af van hun beproefde methode; het coveren van Turkse tracks uit het rijke verleden. Chef musique van team Gün, Jasper Verhulst is wat in vaktermen een cratedigger heet. Hij struint wereldwijd platenzaken af op zoek naar half of geheel vergeten Anatolische pop en rock. En aangezien er in de loop der tijden heel wat afgerockt is in het voormalige Ottomaanse rijk is er aan geschikt repertoire geen gebrek. Maar nu dus even niet.

Met Kisasa Kisas begeeft Altin Gün zich ook muzikaal op een nieuw pad. Het hoofdinstrument is een synthesizer en het ritme van de nieuwe single is naar reggae neigende disco, of andersom. Dansbaar is en blijft het wel wat de Altin Günners doen. Misschien zullen sommige die-hard fans wat moeite hebben met de nieuwe richting, bedenk dan het is voor een goed doel.

Nick Cave & Warren Ellis – Carnage

Nick Cave & Warren Ellis – Carnage (Goliath Records/V2)

Waarschijnlijk is het vanwege marketingdoeleinden of verkoopdoeleinden dat een nieuw album van een artiest soms in eerste instantie alleen digitaal verkrijgbaar is via diverse streamingdiensten. Het gebeurt in elk geval zo nu en dan. Zo ook met de laatste worp van Nick Cave, ditmaal tezamen met Warren Ellis. Sinds kort dus ook op cd en vinyl verkrijgbaar. Heerlijk.

Die Warren Ellis zit in The Bad Seeds. De twee kennen elkaar door en door. Ellis speelt viool en neemt zo nu en dan een fluit in de mond. Terwijl hij ook bekend is met gitaar, piano, harmonium, synthesizers, drumcomputers, een  metallofoon en de harp. Daarnaast wil Ellis nog weleens wat backingvocals voor zijn rekening nemen. Op Carnage doet-ie het zelfs allemaal. En hij steekt ook nog eens in een ongelooflijke bloedvorm. Net als Nick Cave zelf, die, in tegenstelling tot het gros van de artiesten op onze aardkloot met het jaar beter is geworden. Veel beter zelfs.

Of dat te maken heeft met wat meer rust in het lijf, meer wijsheid, meer eelt op de ziel, schade en schande; meer referentiemateriaal? Vast. Maar Cave is ook vocaal gegroeid. Alles wat hij de laatste jaren aanraakt, verandert in goud. Zoals ook dit Carnage weer van voor naar achter weet te boeien. Met teksten poëtisch als altijd. En vrijwel te allen tijde die continue dreiging in de songs. Die zo verslavend is.

Arrangementen zijn op Carnage her en der wat overvloediger dan we van ‘m gewend zijn, en wat zijn muziek ook behoeft, en toch luister je daar moeiteloos doorheen. Alleen in White Elephant loopt het uit de hand. Het ingezette koor – gelukkig pas na ruim drie wonderschone minuten ingezet – is te klef. Vre-se-lijk klef. Cave vergaloppeert zich. Maar hé, mag de man eens!

Verder vrijwel niets dan schoonheid in meanderende nummers in lage tempi, die Cave zijn toevertrouwd. Hij zingt over elanden, onder andere: By the side of the road is a thing with horns/That steps back into the trees, and a child is born (Old Time) en laat hetzelfde (of een ander) rendier terugkomen in de titelsong. Caves haat-liefdeverhouding met religies komt andermaal tot uiting in zowel subversieve als stichtelijke tekstuele creaties. Hij neemt het geloof op de korrel. De fascinatie voor ‘s mans handel en wandel neemt met het jaar toe. Nick Cave (bijna 64) verkeert in de vorm van z’n leven. Pieter Visscher

 

Honeymoan – False Idols

Onze Zuid-Afrikaanse vrienden van Honeymoan komen verassend en sterk uit de hoek met het speels en funky False Idols. Daarmee laat de band -wellicht ten overvloede- horen dat ze niet voor een gat te vangen zijn. Steeds meer bands weigeren om zich vast te pinnen op één bepaalde stijl of sound. En dat is een goede ontwikkeling.

Funky als in dansbaar is de band rond Allison Stewart altijd al geweest, maar False Idols is wat venijniger, wat plageriger dan bijvoorbeeld ‘We’ en/of ‘Sweating Gold’. Spannender ook met zijn oververhitte gitaren, spacy effecten en een Allison die bijna buiten adem klinkt.

False Idols komt van Honeymoan EP 3, die ze Palace hebben genoemd. 18 augustus komt hij uit.

Regressive Left – Cream Militia

Electro punks worden ze genoemd de dame en twee heren van Regressive Left. Dat punk is wat vergezocht, of maak daar post punk van, maar dat van die electro klopt als een bus.

Dat maar vooral de zang van Simon Tyrie maakt dat Cream Militia ontzettend 80’s klinkt, denk Soft Cell, Bauhaus, Heaven 17. De ‘dark side’, zeg maar van de eerste golf new wave bands.  Cream Militia –pas hun derde single- komt met een onweerstaanbare beat en een urgentie die maakt dat je oplet zodra de eerste klanken te horen zijn.

Uiteraard struikelt de Brits pers bijkans over zichzelf met het roepen van superlatieven, maar er broeit iets in Regressive Left dat wel eens zou kunnen uitgroeien tot een uitslaande brand. 

Foxlane – excuse me/off grid

Foxlane? Is dat niet die band van Peaky Blinders? Jazeker. Het zou echter zonde zijn als dat de enige claim to fame van de Nijmegenaren zou zijn en blijven.

Zoals nieuwe single excuse/off grid laat horen hebben de mannen echt iets te melden, en de ambachtelijke vaardigheid om dat op een aansprekende en overtuigende manier te doen. Het is vrij moeilijk je vinger op excuse me/off grid te leggen. Er gebeurt namelijk nogal wat; een sfeervolle zangpartij wordt afgewisseld met mooie instrumentale passages, beheerst en met smaak gespeeld en gearrangeerd. Door de diverse tempowisselingen en schuivende accenten op verschillende instrumenten heeft excuse me/off grid wel iets symfonisch of prog-rockerigs.

Lang verhaal kort, ze kunnen wel iets die Foxlanes. Maar dat wisten we natuurlijk al. Je wordt niet zomaar gevraagd om een liedje in te leveren voor de Peaky Blinders soundtrack.

Tape Toy – Tired

Tape Toy heeft het concertloze tijdperk aangewend om een album op te nemen, hun debuut. Tired is het eerste voorproefje en doet precies wat hij moet doen; sterke trek opwekken naar meer.

Je herkent direct de band die clubs op hol en festivalweides in beweging bracht met songs als Crazy Bae en Dive Deeper. Maar. Waar die songs vooral leuk en lekker waren laat Tired een onbekende kant van Tape Toy horen. De nieuwe single is net zo strak en compact als eerder werk, maar heeft een afdronk die je melancholiek zou kunnen noemen of beschouwend. Daarmee laat Tape Toy horen dat ze meer zijn dan een leuk bandje. Hoeveel meer hopen we later dit jaar te ontdekken.

FEET – Busy Waiting

Nieuwe FEET single, Busy Waiting is zo’n lekker niks aan de hand rockertje met swagger gebracht door een band die eerder onze handjes op elkaar kreeg met English Weather.

Busy Waiting dat klinkt als een mix tussen The Clash en The Ramones gaat over het wachten op iemand die niet weet wat opschieten is. Irritant. De nieuwe single van het aanstormende Brit-rock kwintet komt van een EP, Walking Machine die begin augustus ten doop zal worden gehouden

Courtney Barnett – Rae Street

Dat je helemaal geen goede zanger(es) hoeft te zijn om toch goed te kunnen zingen bewijst Courtney Barnett maar weer eens met haar nieuwe single. Op Rae Street volgt ze haar beproefde recept van lui voorgedragen teksten met autobiografisch inslag. Het verschil tussen couplet en refrein is arbitrair en ook sfeer en tempo blijven tot het slot vrijwel onveranderd.

En toch weet ze weer te boeien. Courtney is een aanhanger van de Lou Reed School, de grondlegger van de mompelrock. Al is er niks mis met Rae Street, het is toch wel te hopen dan haar nieuwe album wat meer ontwikkeling laat horen, wat meer variatie ook.

Los van een covertje hier en daar en een unplugged EP is Rae Street het eerste nieuwe nummer van de queen van de Australische indie-scene in 3 jaar. Het is de voorloper van Courtney’s derde (solo)album dat de berustende/fatalistische titel ‘If It Takes Time, It Takes Time’ draagt. Ze produceerde de plaat samen met Warpaint drummer, Stella Mozgawa. Releasedatum 12 november.

Wolf Alice – Blue Weekend

Wolf Alice – Blue Weekend (Dirty Hit/Mattan)

Is Ellie Rowsell de beste zangeres die rondloopt in het pop-rockcircuit? Dat is een vraag die al een jaar of elf gesteld kan worden; in 2010 debuteerde de band Wolf Alice met een titelloze ep. Rowsell beheerst alle zangfacetten binnen het muzikale metier.

Grootste zangprestatie van Rowsell (29) vond plaats op het werkelijk sublieme Visions Of A Life (2017), als Rowsell zó godvergeten veel gevoel legt in het geweldige Planet Hunter dat ondergetekende het niet droog wist te houden bij de eerste luisterbeurt. Alles wat muziek het belangrijkst maakt op onze verwilderde planeet zit verwerkt in die epische prachtsong. Op een album waarop Rowsell ook zo schitterend fluisterzingt. Zoals alleen zíj dat kan. Ze sleurt je mee in haar universum. Of je dat nu wil of niet. Er is geen ontkomen aan.

Visions Of A Life is het magnum opus van de Engelse formatie, die nu, vier jaar later, terugkeert met een album dat raakt aan het enorm hoge niveau van zijn voorvanger. Dat maakt het allemaal extra knap. Terwijl het geluid zonder meer poppier is geworden. Wat radiovriendelijker voor de massa. Een enkele track misschien zelfs voor de goegemeente.

Rowsell verkent op Blue Weekend iets minder de uithoeken van haar vocale capaciteiten; ze is minder vaak (zó prachtig, en gemeend) boos en getergd. Het leidt in elk geval tot de meest consistente collectie songs die op plaat is gezet door Rowsell en haar drie bandgenoten.

Opvallend is het intro van Feeling Myself, dat sterk doet denken aan dat van The Rolling Stones’ Gimme Shelter. Je moet het maar durven. Wat verder opvalt is dus dat Wolf Alice een soort innerlijke rust heeft gevonden. Wat leidt tot sfeervolle indierock met wat meer poppy accenten op een album waarop Rowsell maar tweemaal (het venijnige Smile (goeie clip ook!) en de woeste punkrocker Play The Greatest Hits) écht het achterste van haar tong laat horen. De rest van haar gezang is ‘slechts’ wonderschoon. Pieter Visscher