alt-J – Get Better

De Britse band alt-J bracht deze week hun nieuwe en oh zo mooie single Get Better uit. Het is, na de succesvolle track U&ME, het tweede ‘tipje van de sluier’ afkomstig van het vierde album The Dream, dat op 11 februari uitkomt.

Get Better is het indrukwekkende middelpunt van The Dream en een van de meest emotionele nummers van de band tot nu toe. Het raakt nog eens extra omdat nu bovendien is gekozen voor het weglaten van de verschillende lagen die ze normaal in hun songs gebruiken.

Over Get Better zegt frontman Joe Newman:

“Get Better is the union of two songs. The first was an improvised song I sang in 2018 to my partner who was suffering from period pain. To her I sang ‘Get better my Darcy, I know you can’. She filmed it and I kept revisiting the fragment with a plan to write more. The second was a chord structure I worked on in lockdown that focused on someone living through a bereavement. I felt a nervous heat when writing ‘Get Better’. The context of the Coronavirus pandemic lent my words a chilling weight and gave me a new sense of responsibility as a lyricist. Whilst the direct events described are fictional, I believe – or I hope – that it’s emotionally the most honest song I’ve written.”

De Staat – What Goes, Let Go

Maar liefst drie nieuwe nummers heeft De Staat uitgebracht; drie smaken, drie emoties die worden gesymboliseerd door de kleuren rood, geel en blauw.

Rood (Look At Me) is boze Staat. Geel (Numbers Up) is Staat standje happy en blauw (What Goes, Let Go) is droevige De Staat. Rood en geel zijn aspecten van De Staat die we al kennen, met blauw (bleu) begeeft de band zich op nieuw terrein. En met succes. What Goes, Let Go is een exquisiet geproduceerde ballad met Torre in de rol van gekneusde minnaar. Treurige Torre blijkt heel mooi en oprecht emotioneel te kunnen zingen. Heel anders dus dan de strenge toon die hij doorgaans aanslaat.  Je wenst niemand ongeluk toe maar we zouden hem graag vaker zo horen.

Binnen het repertoire van De Staat klinkt What Goes, Let Go dus als een buitenbeentje. Torre schreef het nummer dan ook niet met zijn gebruikelijke partners in de band, maar met Matthias Janmaat en Tjeerd Bomhof, respectievelijk ex Bombay en ex Voicst.

Of het nieuwe drieluik een vervolg krijgt en welke vorm dat dan zou aannemen weet ook de band nog niet, maar er zijn nog genoeg kleuren over. 

Popwarmer: Foals – Wake Me Up

Het lijkt een eeuw geleden dat Foals met nieuwe muziek kwam, maar dat valt dus heel erg mee. In 2019 bracht de band nog twee albums uit, Everything Not Saved Will Be Lost pts 1 en 2 en vorig jaar nog een geremixte Best Of.

Maar dat maakt de nieuwe single niet minder welkom. Wake Me Up is eerder solide dan spectaculair. Er zit een licht discosausje over het nummer, met name in de funky gitaar, maar verder is het Foals zoals we ze kennen, energiek en enerverend. Wake Me Up is niet alleen, het is de eerste proeve van een nieuw album dat de band heeft geschreven tijdens hun gedwongen thuisverblijf.

Sinds het aimabele vertrek van toetsenist Edwin Congreave zijn er nog maar drie Foals. De onderlinge sfeer is opperbest volgens aanvoerder (en Cat Stevens lookalike) Yannis Philippakis. Dat vertaalt zich in de nieuwe songs, die grotendeels gaan over het (terug)verlangen gaan naar zorgeloze tijden. Vandaar ook die dansbare beat in Wake Me Up. Foals zit nog volop in het productieproces van het nieuwe album. Over het wat en wanneer is dan ook nog niets bekend.

Spoon – The Hardest Cut

 Spoon is op de blues toer op nieuwe single The Hardest Cut, of beter op de boogie toer. De eerste single van het tiende album van de Texanen doet sterk denken aan staatsgenoten ZZ Top, voordat die de disco ontdekten.   

Britt Daniel omschrijft het nieuwe album van zijn band als ‘classic rock geschreven door een gast die nooit heeft begrepen waar Eric Clapton voor stond’. Nog los van het feit dat je Clapton gezien zijn recente standpunten en oude uitlatingen beter even buiten beschouwing kunt laten, is het niet helemaal duidelijk wat Daniel bedoelt.

Er is namelijk niks mis met The Hardest Cut, de riff, het ritme en ook de gitaarsolo zijn geheel in de classic rockstijl. Er zit een zekere atonaliteit in het nummer  – het is tenslotte Spoon– maar dat is verder geen probleem. Misschien is The Hardest Cut een parodie -de tekst duidt daar overigens niet op- maar dan zo goed gegaan dat niemand het doorheeft.

Het nieuwe Spoon album, de eerste zonder bassist Rob Pope die na 13 jaar trouwe dienst iets anders gaat doen heet ‘Lucifer On The Sofa’ en komt 11 februari uit.

Porcupine Tree – Harridan

Op hun eerste levensteken in twaalf jaar kiest Porcupine Tree voor de heavy kant van de prog-rck, zij het met een jazzy afdronk. Drummer Gavin Harrison zoekt en vindt een middenweg tussen John Bonham en Billy Cobham, toetsenist Richard Barbeiri toont zich een geslaagde leerling van Keith Emmerson en bandbaas Steven Wilson toont zijn ware aard. Onder eigen naam flirtte hij het met pop. Hier klinkt hij als door de duvel bezetten.

Een funky basloopje blijkt de opmaat naar een net geen acht minuten durend epos dat strak staat van de spanning. Na de zoveelste eruptie volgt een Queen waardig stukje samenzang en keert de rust weder.

Samen met deze comebacktrack komt het nieuws dat er een compleet nieuw album aan zit te komen. PC plaat # 11 heet Closure/Continuation en verschijnt op 24 juni 2022, ruim op tijd dus voor het optreden in de Ziggo op 7 november.

Nation of Language – The Grey Commute

Het begint er op te lijken dat Nation Of Language eindelijk op doorbreken staat. Eindelijk is misschien wat overdreven; de band bestaat pas 5 jaar. The Grey Commute is de vierde track die we draaien van de New Yorkse neo-synthi-popband, hun tweede IJsbreker. Maar dit keer zijn we niet langer de enigen.

De nieuwe Nation single is weer zo’n absurd authentiek klinkend synthipop-liedje, dat zo van een oud album van The Human League of Gary Numan had kunnen afkomen, ware het niet dat de geluidskwaliteit onnoemelijk veel beter is. Verschil is ook dat genoemde namen een hernia riskeerden door dat gesleep met hun loodzware apparaten terwijl de toetsenist van Nation Of Language waarschijnlijk een paar plugins heeft geïnstalleerd op zijn laptop. Je kun bekvechten of Nation Of Language origineel is of niet. Wie zegt dat het trio een coverband is met eigen nummers heeft geen ongelijk, maar het zijn wel erg lekkere nummers. 

Clipprimeur: Toverberg – Someone To Blame

Lars Kroon kreeg bekendheid als bassist van Go Back To The Zoo en later als de zanger van St.Tropez. In 2020 bracht hij muziek uit als Lars and the Magic Mountain; zijn solo project, maar met een 15 koppige band met strijkers, blazers en een gospelkoor. Maar Lars ging terug naar de basis en maakte van zijn solo project ook echt een solo project en daarmee was Toverberg geboren.

De nieuwe single Someone To Blame gaat nu bij ons in première. Someone to Blame gaat over natuurwijndrikende dertigers, slap gelul, mislukte toekomstdromen, en over hoe heerlijk het kan zijn om iemand anders de schuld te geven van al je ongeluk. Someone To Blame staat op Happy Life wat op 19 november verschijnt op zijn eigen label Sounds Of Confusion. Toverberg nam het album zelf op en nam ook de mix voor zijn rekening.

Op 24 november staat Toverberg in Paradiso, Amsterdam.

I’ll Be Your Mirror: A Tribute to The Velvet Underground and Nico

I’ll Be Your Mirror: A Tribute to The Velvet Underground and Nico (Verve/Virgin)

De zogenaamde tributealbums (eerbetoonplaten) zijn natuurlijk lang niet allemaal even geslaagd. Verre van dat. Het valt ook niet mee om je muzikale helden te eren zonder in een bepaalde kramp te schieten of te geforceerd over te komen. Onwillekeurig gebeurt dat soms.

Geslaagde eerbetoonplaten zijn er absoluut verschenen in het verleden. Denk aan I’m Your Fan: The Songs of Leonard Cohen (met R.E.M. en Nick Cave), A Tribute to Joni Mitchell (met onder anderen Prince, Björk en Annie Lennox) en For The Masses, het eerbetoon aan Depeche Mode, met onder andere Smashing Pumpkins, The Cure, Rammstein en Deftones).

Zo was het wachten op een definitief eerbetoon aan The Velvet Underground and Nico, dat inmiddels ruim 54 jaar oud is. Eerdere hommages aan het debuutalbum van de New Yorkse band kunnen het daglicht eigenlijk nauwelijks verdragen. Gelukkig is alles anders nu en zijn vrijwel alle klappen raak. Te beginnen met openingstrack Sunday Morning, die evenals de rest analoog is aan de songvolgorde op het origineel. Wel zo mooi. En ook mooi dat Michael Stipe weer even ten tonele verschijnt, hetzij virtueel. Stipe staat liever niet meer in de schijnwerpers nadat hij stopte met R.E.M., leeft wat teruggetrokken en nu horen we pas hoe we ‘m missen. Zal het naar meer smaken? Stipe heeft van Sunday Morning een mooiere versie gemaakt dan het origineel. Er zit meer liefde in, meer gevoel, meer passie. Én de zalvende klarinet van Douglas Joel Wieselman, die een overweldigende warmte geeft aan het nummer. Stipes liefde voor de song is zonneklaar. Werkelijk alles klopt en hij solliciteert zonder meer naar het predicaat mooiste cover aller tijden. Ja, dat zijn grote woorden.

Andere hoogtepunten op de plaat zijn de met viool en cello ingekleurde versie van Femme Fatale, door Sharon van Etten. Wat slepender dan het origineel en dat staat de song uitstekend. Terwijl het opeens gejaagd wordt als Kurt Vile zich ontfermt over Run Run Run. Niks voor Vile zou je zeggen, maar hij slaagt moeiteloos. Dat kun je je afvragen bij St. Vincents en Thomas Bartletts interpretatie van All Tomorrow’s Parties. Annie Clarks stem die door de computer is gehaald, waardoor ze klinkt als een buitenaards wezen met ontstoken tandvlees, is de enige miskleun.

Opvallend is de uitvoering van Heroin door Thurston Moore en Bobby Gillespie, dat gek genoeg op een song van Arcade Fire is gaan lijken. Was dat de bedoeling? Zonder meer geslaagd in elk geval. En meer fraais is afkomstig van Courtney Barnett (I’ll Be Your Mirror), Fontaines D.C. (The Black Angel’s Death Song) – wat verandert niet in goud wat de Ieren aanraken? – en Iggy Pop en Matt Sweeney (European Son). Een versie nóg wat gestoorder en chaotischer dan het origineel. Daar lijkt de hysterische vocale inbreng van Pop, die ook gitaar speelt, voor gemaakt. Pieter Visscher

 

SASAMI – The Greatest

Het nieuwe album ‘Squeeze’ hamert op een sentiment van “anti-toxic positivity” en toont SASAMI’s venijnige eerlijkheid en brutaal compromisloze visie. ‘Squeeze’ is gedeeltelijk geïnspireerd door de Japanse yōkai volksgeest genaamd Nure-onna (vertaling: natte vrouw), een vampirische godheid die het hoofd van een vrouw heeft en het lichaam van een slang (het tegenovergestelde van medusa).

Beirut – Fisher Island Sound

Op nieuwe single Fisher Island Sound houdt Zach ‘Beirut’ Condon vast aan zijn insteek om zijn songs een geografische titel te geven. Fisher Island Sound is een zeestraat in de Amerikaanse staat Connecticut. De naam geeft al aan dat het daar goed vissen is.

Condon heeft de Corona quarantaine gebruikt om eens goed in zijn archief te duiken. Hij verwachtte een paar bruikbare nummers te vinden waar hij nog niks mee had gedaan. Hij vond genoeg materiaal voor een dubbelalbum. Fisher Island Sound is genoemd naar de plek waar de familie van één van Zach’s bandleden een huisje heeft. Daar heeft de band de backingtrack van Fisher Island Sound opgenomen. Zach speelt trekzak op het nummer. Om de een of andere reden is hij er nooit toe gekomen om een zangpartij te bedenken en op te nemen. Maar nu dus wel met als uitkomst weer zo’n heerlijk melancholiek en mondiaal klinkend Beirut nummer. Het ‘nieuwe’ album heet Artifacts en verschijnt top 28 januari.