Silver Moth – The Eternal

Silver Moth is een project van Stuart Braithwaite van Mogwai, zijn echtgenote en een aantal muzikale geestverwanten die zich net als Braithwaite ophouden in avant-gardistische en experimentele kringen.

Vrees niet als Silver Moth maken ze muziek die weliswaar niet tot het aller gemakkelijkste soort behoort, maar zeer goed te volgen is en zeker niet gespeend van een emotionele laag. The Eternal, de tweede single van het zevental is een eerbetoon aan een vriendin van de band die onverwachts is komen te overlijden. De ode is een imposante ballad met zachte vrouwenzang en een aan Gothic grenzende sfeer.   

Sluice – Centurion

Sluice, sluis of afvoerpijp betekent dat is de artiestennaam van Justin Morris, ingezetene van Durham, een vrij grote stad in North Carolina.

Morris rockt op zijn indie’s met een lichte folk/country kleuring. Centurion, afkomstig van zijn nieuwe, tweede mini-album Radial Gate begint met een akoestische gitaar, maar al snel doemt er een elektrische op, eerst dreigend op de achtergrond om tegen het einde alle andere instrumenten en zanger volledig te overwoekeren. Centurion is een duister lied met een cryptische tekst vol Romeinse symboliek waarin Morris zijn land en leven van bovenaf lijkt te beschouwen en ziet dat in de verte de donkere wolken zich opstapelen.  

Drugdealer – Lip Service

Drugdealer is een Amerikaanse band die sinds ca 2016 met vrij veel succes singles en albums uitbrengt in een stijl die je zou kunnen omschrijven als indie Steely Dan, de oude Dan dan van Can’t Buy A Thrill. Dat wil zeggen dat het spelniveau hoog ligt en de gitaarsolo’s niet van de lucht zijn. De productie is echter vrij ongepolijst is.

Baas van de band is Michael Collins, een gesjeesde kunststudent die van de oost naar de west is getrokken, per trein en tegenwoordig opereert vanuit L.A.. Collins maakt geen geheim van zijn belangstelling voor drogerende middelen. Zijn vorige project heette Run DMT (dmt is een hallucinogeen dat in veel planten van nature aanwezig is). Het album dat hij onder die naam uitbracht, Bong Voyage. En zo heeft hij wel meer op zijn kerfstok dat getuigt van recreatief drugsgebruik en een eigenaardig gevoel voor humor. Zingen en soleren op gitaar doet Collins zelf, de songs schrijft hij met hulp van vrienden en vriendinnen. Hij heeft o.a. gewerkt met Weyes Blood en Kate Bollinger. Lip Service schreef hij met ene Scott Archdale. De vrucht van hun samenwerking is een frisse powerpopsong die (niet toevallig) doet denken aan The Cars.

Island of Love – Fed Rock

Voor mensen die hun rock niet al te ruig willen hebben is het de eerste helft van Fed Rock misschien even doorbijten. Wat daarna komt zal op ieders goedkeuring kunnen rekenen van Hüsker Dü fans tot en met aanhangers van Thin Lizzy.

Tussen die twee polen speelt de nieuwe single van Island of Love zich zo’n beetje af. Van de eerste hebben ze hun energie van de tweede hun gitaarduels. Island of Love  komt uit Londen en staat onder contract bij de Britse dependance van Jack White’s Third Man Records dat op 12 mei hun debuutalbum zal releasen. Island of Love heeft een bassist en twee gitaristen. Beide gitaristen zingen. Er is ook een drummer te horen op Fed Rock maar die is vooralsnog niet opgenomen in de vaste opstelling.   

Island of Love is al vrij snel te zien in NL, op 18 april in Vera Groningen, en de 19e in Cinetol te Amsterdam.

Roufaida – Kalimat

Roufaida Aboutaleb is een Nederlandse zangeres/songschrijver/producer met Marokkaanse wortels. Het bijzondere aan haar muziek is dat haar bi-culturele achtergrond er in doorklinkt.

Nieuwe single Kalimat is een zeer geslaagde symbiose van Noord-Afrikaanse en Amerikaans-Europese muziekstijlen. Roufaida zingt in het Arabisch en de meeste instrumenten vinden hun hun oorsprong in de Maghreb, maar de vorm van de song is nauw verwant aan die van de traditionele singer-songwriter. De beat is dan weer Marokkaans.

Kalimat is pas haar tweede single. Toch horen we hier een ervaren artiest aan het werk. Roufada maakte kilometers in diverse talentenjachten, die ze vaak zegevierend afsloot. Ook heeft ze het speelveld verkend en ervaring opgedaan als supportact van Eefje de Visser, en was ze begin dit jaar te zien op Eurosonic. Een debuut EP staat voor volgende maand.

P.S. Het antwoord op de vraag die haar achternaam misschien oproept is ja.

Linking Park – Fighting Myself

Tijdens de restauratie werkzaamheden aan het dit jaar 20 jaar oude Meteora album van Linkin Park zijn een paar verloren gewaande juweeltjes opgedoken die zullen worden toegevoegd aan de jubileum-editie van dat klassieke album.

De platinum raprockers, of was het rockrappers? klinken dus nog jong en fris op Fighting Myself. Dat zo’n toptrack zo lang stof heeft liggen te vergaren in een of andere (virtuele) la geeft maar weer eens aan dat direct berokkenen lang niet altijd weten wat goed van ze is. Maar beter laat dan….

Bar Italia – Nurse!

Nurse! is de nieuwe single van Bar Italia, een intrigerende band die we eind vorig jaar in de smiezen kregen met de single Poly Amour, een nummer dat je niet kunt beluisteren zonder aan The Cure te denken.

Nurse! lijkt wel van een andere band. Het is een veel oorspronkelijker werkstuk zonder directe verwijzingen of traceerbare invloeden. Nadere bestudering van ouder werk van Bar Italia leert dat de band nogal ongrijpbaar is. Hun songs zoals te vinden op twee albums zijn stuk voor stuk trippy, arty en glossy, maar schieten stilistisch gezien alle kanten op.  Bar Italia lijkt de zaken graag wat mysterieus te houden. Een foto waarop de leden herkenbaar staan afgebeeld is er niet. Er bestaat zelfs onzekerheid over de bezetting die varieert van drie tot vijf leden.

Nurse! telt twee leadvocalisten: Nina Cristante neemt de coupletten voor haar rekening, gitarist Jezmi Tarik Femi de refreinen. Uniek aan Nurse! is de vervormde gitaar. De eerste keer dat die in de mix opduikt ben je geneigd om even te checken of het geluid niet van buiten komt.

Anders dan de twee albums die op een obscuur label zitten, wordt het nieuwe album van Bar Italia uitgebracht door een gerenommeerde platenmaatschappij. Je hooft dan ook geen profeet te zijn om te voorspellen dat we nog wel het een en ander van de band gaan horen.

Cat Clyde – Papa Took My Totems

Cat Clyde komt van het platte land van Ontario, Canada dus. Als een spons heeft Cat het hele scala aan rootsmuziek opgezogen, van hard core country tot historische delta blues, en daar een eigen stijl van stijl van gebrouwen. Haar ontwikkeling is te volgen op een vijftal albums.

Op Papa Took My Totems, afkomstig van haar recent verschenen Down Rounder album heeft Cat zich een rockabilly jasje aangemeten. Het nummer is een poëtisch verwoord protest tegen het geweld dat we onze planeet aandoen. Totem staat symbool voor heilige plekken, belangrijke zaken. Papa zou dan staan voor de overheid, politiek en/of de industrie. Cat’s woordkeuze suggereert op een niet zo goede relatie met haar pa. Maar dit terzijde.

Beach Fossils – Don’t Fade Away

Beach Fossils is terug van toch zeker een jaar of zes weggeweest. Titel van comeback single suggereert dat chef d’equipe Dustin Payseur zich een beetje zorgen maakte of ze niet vergeten waren.

Maar dat lijkt enorm me te vallen. De eerste reacties op Don’t Fade Away zijn van dien aard dat de band niet hoeft te vrezen voor hun voortbestaan. Veel veranderd is er niet. De nieuwe single is een fraai melancholiek gitaarliedje in een stijl ergens tussen shoegaze en dreampop in. Noem ze de New Yorkse Haunted Youth.

Don’t Fade Away staat niet alleen. Op 2 juni volgt Bunny, Beach Fossils album numero 5.

Tommy Lefroy – Worst Case Kid

Tommy Lefroy is de naam van een duo, bestaande uit de Canadese Tessa Mouzourakis en de Amerikaanse Wynter Bethel.

De vanuit Londen opererende singer-songwriters hebben hun naam van de Ierse politicus Thomas Langlois Lefroy op wie naar verluid Mister D’Arcy uit Jane Austin’s Pride and Prejudice is gebaseerd. Er is iets vreemds aan de hand met Tommy Lefroy. Het beste nummer van hun nieuwe EP, Rivals duurt net één minuut. Ook van hun debuut EP was de sterkte track krap één minuut lang. De grote vraag is zouden die songs nog steeds zo goed zijn als ze ze hadden uitgebreid, of is het juist het korte wat ze zo krachtig maakt?Intrigerend.

Gelukkig zijn de meiden ook goed op de lange afstand. Zoals Worst Case Kid dat qua stijl aan boygenius en dus aan de vrouwelijke kant van Fleetwood Mac doet denken. Opvallend is dat Tessa en Wynter hun songs vrijwel allemaal unisono ofwel gezamenlijk zingen. Dat geeft ze een eigen en herkenbaar geluid dat hen geen windeieren zal leggen.