The Effens – Pavement Age

Er blijkt dus ook zoiets als post-grunge te bestaan. Pavement Age van The Effens uit Toronto zou een voorbeeld zijn van de stijl. Inderdaad wordt er stevig gerockt, klinken de gitaren flink gruizig en haalt de zanger af en toe uit op zijn Corbain-iaans.

Wat nieuw is vandaar waarschijnlijk dat post is een saxbreak halverwege het nummer. Ja dat lees je goed, een break, soort solo zelfs van een saxofoon! En juist die onverwachte inbraak maakt Pavement Age meer dan gewoon een lekker liedje en The Effens een band om in de smiezen te houden.

Billie Marten – Human Replacement

De Britse singer-songwriter Billie Marten deelde eerder deze week haar nieuwe single Human Replacement, het laatste voorproefje van haar derde studioalbum Flora Fauna. Het nummer ging in première in Annie Mac’s Hottest Record In The World rubriek op BBC Radio 1. Het nieuwe album is verschenen en nu te beluisteren.

De video van Human Replacement werd geregisseerd door Joe Wheatley en toont Billie Marten, al rijdend in een tank, zichzelf beschermen tegen de gevaren waar vrouwen mee geconfronteerd worden. Een niet mis te verstane boodschap om het onveiligheidsgevoel aan te kaarten.

Rondom de release van haar debuutalbum ontving Billie Marten een BBC Sound Of 2016 nominatie. Nu, een aantal jaren later, kan Billie Marten op veel lof en (inter)nationale aandacht rekenen voor haar singles Garden of Eden en Creature of Mine. Eerstgenoemde track werd geprezen door Clash, DIY, Dork, NME, Notion, Stereogum, The Forty Five The Guardian, The Line Of Best Fit en vele andere smaakmakers.

Voortbordurend op de minimalistische, akoestische folkinvloeden waarmee ze debuteerde, vertegenwoordigt haar derde album Flora Fauna een meer volwassen sound die is gebaseerd op bas en ritme. De songs markeren een periode waarin Billie Marten leerde om op eigen benen te staan en los te breken van giftige relaties

Over de titel Flora Fauna vertelt de singer-songwriter: “Als het album een schilderij was, zou het eruit zien als flora en fauna – het omvat elk organisme, elke hoek van de aarde en een gevoel van totale overvloed.”

 

Pond – America’s Cup

Pond volgt het prima Pink Lunettes op met het nog betere America’s Cup. Aan de nieuwe single valt goed af te horen dat de band afstamt van Tame Impala. Pre-disco Tame Impala dan.

America’s Cup heeft weliswaar een dansbare beat, maar is niet perse een dance-track. Het is eerder een protestsong over de teloorgang, lees gentrificatie van het ooit lieflijke Fremantle, een voorstad van Perth in Australië. Voor projectontwikkelaars grip op de kuststad kregen was het een hippe plek vol kunstenaars en ander creatief volk. De band legt de schuld van de verandering bij de America’s Cup, een prestigieuze zeilwedstrijd die in 1983 werd gewonnen door de jachtclub van Perth. Daarna is het grootkapitaal op Fremantle neergestreken met alle volgens Pond rampzalige gevolgen.

America’s Cup is de tweede single van het alweer 9e album van Pond, de eerste die niet is geproduceerd door Kevin Parker. Er zullen waarschijnlijk nog wel meer singles uitkomen voor de album release, want Pond 9 verschijnt pas in oktober.

Sons of Raphael – Yeah Yeah Yeah

De verhalen die over Sons Of Raphael de ronde doen zijn te mooi om waar te zijn. Zo zou het duo het complete opnamebudget van hun debuutalbum op de uitkomst van een basketbalwedstrijd hebben gezet. Hun club won waarna ze de winst besteedden aan een orkest van 35 man. Een ander waarschijnlijk apocrief verhaal is dat ze tijdens de opname van een videoclip in een kapel voor het nummer ‘Eating People’ door een pastor het gebouw zijn uitgezet omdat hij dacht dat ze duivelaanbidders waren. En zo zijn er nog wel meer voorvallen die waar of niet waar in ieder geval illustreren dat Sons Of Rafael niet je zoveelste popduo is.

Lorel en Ronnel Raphael hebben hun jeugd grotendeels doorgebracht in Engelse kostscholen. Hun ouders zouden het te druk hebben gehad met hun werk als theoloog. Ze zouden op een gegeven  moment zo diep in leven en werk van L. Ron Hubbard zijn gedoken dat iedereen dacht dat ze tot de Scientology kerk waren toegetreden, iets wat de broers sterk ontkennen.

Dat het geestelijke leven van hun ouders zijn sporen heeft nagelaten op hun kroost mag je afleiden aan songtitels als ‘He Who Makes The Morning Darkness’, ‘On Dreams That Are Send By God’ en ‘I Sing Songs For The Dead’. Het debuutalbum van  Sons of Raphael  draagt de titel Full-Throated Messianic Homage, vurig messiaans eerbetoon. Vergeleken bij de ideeënwereld van het tweetal is hun muziek relatief orthodox. Net zo orthodox en ook net zo retro, zeg maar als de muziek van acts als Jacco Gardner, Foxygen en MGMT. 

Single Yeah Yeah Yeah is een van de songs waarop het eerder genoemde orkest te horen is. Vanwege Ronnel’s lenige falsetstem heeft het nummer wel iets weg van de Beach-Boys in hun psychedelische periode.  Of je Sons Of Raphael trekt of niet is smaak afhankelijk, dat het een interessant stel is zal niemand ontkennen.

Popwarmer: Davina Michelle – Sweet Water

Davina Michelle maakte vorige week indruk tijdens haar thuiswedstrijd in Rotterdam, als pauze-act gedurende de halve finale van het Eurovisie Songfestival. Voor deze unieke gelegenheid schreef ze de uitstekende powerpopsong Sweet Water over de kracht van water, Nederlandser kan bijna niet. Met haar sterke vocalen en stevige beats (en indrukwekkende visuals) ging Ahoy uit z’n dak en kwam Davina Michelle direct binnen bij heel veel Europese huishoudens. Michelle Davina Hoogendoorn heeft duidelijk veel meer in huis dan haar hit ‘Duurt Te Lang’, zo schreef ze ook al een anthem voor de Formule 1 in Zandvoort. Schrijf Davina Michelle maar alvast op hoor voor de Nederlandse afvaardiging voor het Songfestival van volgend jaar. Douze points.

Sweet Water van Davina Michelle is deze week de Popwarmer op Pinguin Pop.

Sharon Van Etten & Angel Olsen – Like I Used To

Gastoptredens zijn aan de orde van de dag. Bekijk willekeurig welke hitlijst en het woord ‘featuring’ danst voor je ogen. Ouderwetse duetten daarentegen zijn vrij zeldzaam. Het muzikale samengaan van Sharon van Etten en Angel Olsen laat horen wat we missen. ‘A match made in heaven’ heet dat in het Engels.

De samenwerking tussen de indie-diva’s lag ook wel voor de hand, ze zijn muzikale familie en er is al jaren sprake van een wederzijdse bewondering. Van een echte ontmoeting was het echter nog nooit gekomen. Het was Sharon die de stoute schoenen aantrok. Ze belde Angel en toen die enthousiast reageerde stuurde ze vrijwel meteen een nummer op waar ze aan bezig was. Anglel dook er gelijk volop in en ‘the rest, as they say is history’.

Like I Used To klinkt precies als je zou verwachten, maar dan nog net iets beter. Het is een ballade van Spectoriaanse proporties. Twee violen erbij en een vergelijking met Meatloaf zou zich hebben opgedrongen. Maar zoals het nu is is het precies goed, bombastisch, maar bevlogen. Voor de gelegenheid heeft producer John Congleton, die eerder met beide dames heeft gewerkt iets van een supergroep weten te charteren, met leden van The War On Drugs, Death Cab For Cutie en Dawes.

We kunnen alleen maar hope dat de dames de smaak te pakken hebben.

Pop Evil – Survivor

Versatile, zo heet het nieuwe alweer zesde studioalbum van het Amerikaanse Pop Evil. De band heeft grofweg twee soorten nummers, dak-eraf rockers en aansteker-ballads beiden gestoken in een glimmend metalen harnas.

Nieuwe single Survivor is een beetje van alle twee wat. Het tempo ligt relatief laag maar het stoerheidsgehalte is daarentegen weer flink hoog. Dat kan ook moeilijk met een trotse tekst als ‘I’m A Survivor”. De potige, meerstemmige leadzang wordt afgewisseld met sterke stukjes gitaarwerk. Halverwege is er een spacey break die ons er aan herinnert dat we in de 21ste eeuw leven en niet in de jaren zeventig/tachtig van de vorige. Versatile is uit.

Phoebe Green – IDK

Phoebe Green houdt de bal hoog. Maakte ze indruk met Reinvent. Opvolger IDK, wat staat voor I Don’t Know is misschien nog sterker. Phoebe’s nieuwe single gaat over apathie,  over het verlammende gevoel dat ze soms krijgt als ze teveel op haar bordje krijgt en dan even niet meer weet wat ze moet doen.

De muziek weerspiegelt de emotie. Je zou IDK kunnen omschrijven als een nerveuze ballad. De nervositeit uit zich in een vrijwel constant aanwezige synthesizer dat een geluid produceert dat nog het meest wegheeft van een mug op oorlogspad. De onrust wordt nog eens extra gevoed door een gitaarbreak die niet had misstaan op een van Bowie’s Berlijn albums.

Dat IDK toch de sfeer van een ballad heeft komt door de lekker loom gezongen refreinen. Kortom alweer een bijzonder plaatje van de 22 jarige indie-diva in spe uit Manchester.

 

St. Vincent – Daddy’s Home

St. Vincent – Daddy’s Home (Virgin/Caroline)

Daddy’s Home is niet zomaar een triviale titel voor een nieuw album van St. Vincent. Want vader ís ook weer thuis. Daadwerkelijk. Eindelijk. Nadat hij negen jaar zeep weigerde op te rapen in een Amerikaanse bajes. Pa zat vast wegens fraude. Doet-ie vast nooit meer.

Annie Clark (38), St. Vincents echte naam, is natuurlijk al jarenlang het huis uit. Maar het hakt er vast wel in wanneer je vaderlief zo lang ziet wegkwijnen achter tralies. In het titelnummer zingt ze over pa’s vrijlating:

You still got it in ya
Government green suit
And I look down and out
In my fine Italian shoes
And we’re tight as a bible
With the pages stuck like glue
Yeah, you did some time
Well, I did some time too

Clark zingt dat ze handtekeningen uitdeelt in de visitatieruimte. En dat allemaal in een wat plagerig, zwierig liedje, waarin ze vader min of meer licht beschimpt en hij had het al zo zwaar te verduren. Zo lang ook. Natuurlijk is het met een knipoog en het verraadt veel over de vader-dochterverhouding. Die zit wel snor. Humor als medicijn. Zoals dat zo vaak goed werkt.

Daddy’s Home, met mooie uitklapposter in het cd-boekje, is het zesde studioalbum van St. Vincent, na het in 2017 verschenen Masseduction, waarop de flinke, pompende danshit Los Ageless er nogal uitspringt. Minder dan een song als Slow Disco, die de muziek van de Amerikaanse wel vrij aardig samenvat. Ook op Daddy’s Home ligt het tempo waarin Clark haar popliedjes voorbij laat glijden opnieuw niet overdreven hoog.

Down is een venijnig vloervullertje van drieënhalve minuut, waarin Clark het achterste van haar tong laat horen en de nodige funk de luisteraar aangenaam verrast. Stevie Wonder is een inspiratiebron en dat horen we. Zoals Nina Simone en Lou Reed ook bij vader in de platenkast staan. Clark haalde er de nodige inspiratie uit en laat op Daddy’s Home vooral de jaren 70 herleven. Smaakvol. Met je ogen dicht zie je pa stiekem, lekker anoniem heupwiegen in de huiskamer. Eindelijk vrij. Pieter Visscher