De laatste Popwarmer van het jaar op Pinguin Pop is er weer eentje met The Weeknd. Dat is de vierde; solo op Take My Breathe en als samenwerking met Swedish House Mafia, Post Malone en nu met FKA Twigs.
FKA Twigs ken je misschien wel van de Pinguinhit Water Me uit onze begintijd. De Britse elektronische artpop zangeres is een graag geziene lijst op Nederlandse festivals en floreert binnen hipsterkringen. Je zou haar een eigentijdse Björk kunnen noemen. Ze ziet er altijd spannend uit, mede door haar aan de ene kant Jamaicaanse en andere kant Spaans/Engelse achtergrond. Daardoor is ze ook een graag geziene gast in video en film.
Haar nieuwste single Tears In The Club (o.a. geproduceerd door interessante acts als Arca en El Guincho) is een stevige pophit met een emotionele titel. Konden we maar weer huilen in de club. Nu blijft het alleen bij huilen. Volgend jaar beter… beste wensen voor 2022!
IDLES lijkt alsmaar beter te worden. Dat lukt de band door te doen waar ze goed in zijn, vetarme rock produceren. Vaak gaan succesvolle bands in de fout door het extra opnamebudget te besteden aan violen en andere branchevreemde opsmuk. IDLES niet, die houden hun muziek zo basic als camping toilet.
De ontwikkeling zit hem in de teksten. Die gaan op hun nieuwe, vierde langspeler CRAWLER over volwassen worden en andere zaken die een dertiger tegenkomt op zijn pad. Zelfs of misschien wel juist als je in een band zit.
Muzikaal is Crawl! gevoed door de avonturen van Nick Cave & zijn Birth Day Party tig jaar geleden. Crawl! Is de ideale track voor een eenpersoonsfeestje, liefst als de buren even niet thuis zijn.
Toegegeven we zijn wat slow met het eren van The Slow Show met een IJsbreker. Dat had inderdaad wel wat eerder gekund en gemogen. De band uit Manchester staat namelijk al sinds 2015 garant voor smaakvolle, ambachtelijke en ook eerlijke muziek. Drie prachtalbums hebben ze uit met een vierde in aantocht. En live is de band minstens zo overtuigend.
The Slow Showwordt vaak vergeleken met Elbow en The National, maar is eerder aanvullend dan overlappend. De overeenkomst is dat ze alle drie herfstige muziek maken, langzame luisterliedjes die uitermate geschikt zijn voor dit jaargetijde. Maar The Slow Show creëert zijn eigen decor en vergeleken bij de gebarsten stem van Ron Goodwin klinken Guy Garvey en Matt Berninger als koorknaapjes.
De reden dat we The Slow Show nu op het schild hijsen heeft alles te maken met de omstandigheden. Het gedwongen binnenblijven, het moeten missen van vrienden en het aanhoudend k-weer vormen de ideale omstandigheden voor een avondje thuis met The Slow Show.
Een dezer dagen komt er een nieuw album , Still Life geheten. De drie tot nu toe vooruitgezonden songs komen als geroepen. Blinking, Anybody Else Inside en vooral Weightless zijn majestueuze, troostrijke songs, zo intiem opgenomen dat het lijkt alsof de band naast je staat te spelen.
Weightless duurt ruim zes minuten, maar had nog veel langer door mogen gaan. Goodwin zingt niet echt. Het is meer een soort verzuchten wat hij doet. De tekst gaat (uiteraard) over een liefde die zo mooi had kunnen zijn, maar…Wanneer woorden te kort schieten neemt een omfloerste trompet het over. Slik.
Corona volente geeft The Slow Show in februari optredens in Nijmegen, Groningen en Rotterdam.
Hiermee presenteert de West-Vlaamse artiest Chillow al de vierde single uit zijn solodebuut ‘Pauze’, die voorlopig ‘medio 2022’ als releasedatum draagt.
De drie eerdere voorlopers – ‘Slapeloas’, ‘Beeld’ en ‘Gin Zin’ – schopten het al tot ‘Humo’s song van de week’, of haalden airplay op Radio 1, Urgent en Studio Brussel. Nochtans waren deze tracks oorspronkelijk interne verwerkingsprocessen, die eindelijk vrij ontwikkeld konden worden doordat het land vorig jaar plots stilstond. Pas toen Chillow besloot om er andere muzikanten bij te betrekken, kwam de ambitie om ermee naar buiten te treden.
‘Tis Tid’ is een nummer over een gebroken ouderrelatie die gepaard gaat met gemis, hoop, loslaten en moeilijke beslissingen. Wellicht het meest dichtsliggende en kwetsbare nummer dat Chillow ooit bracht, met Babl Lemmens op de piano. (Gekend van Netsky Live, Natalia, Kate Ryan etc )
Dat de rek er nog lang niet uit is, laat Robert Schuurman andermaal horen met zijn geesteskind Future Suns. Virgo is het vierde album van de veelzijdige Schuurman als bandlid van Future Suns. Hij die ook als cabaretier furore maakt.
Future Suns bestaat naast Schuurman (Scurio) uit het het Amerikaanse duo Simian Crease (multi-instrumentalist en ook verantwoordelijk voor de teksten) en Reyna, dat de vocalen verzorgt. De stemmen van de twee kleuren prachtig en geven glans en rijkdom aan de elektronische songs, geïnspireerd door acts als Nine Inch Nails. Het is een soort spacy indietronica die steeds dieper onder je huid kruipt. Onderscheidende elektropop die een eigenzinnigheid heeft die je maar weinig hoort vandaag de dag. Albumopener Crisis met zijn pompende beat, soundscapes en kenmerkende Future Suns-ritmes heeft de nodige hitpotentie. Een song die sterk contrasteert met het industrialgeweld van Saturnalia! (met uitroepteken).
Zo is Virgo een divers album geworden met een aantal tracks die de dansvloeren wereldwijd aardig vol gaan krijgen. Dat geldt ook voor het funky Displeasure, dat in de verte wat lijkt te knipogen naar The Eagles’ Life In The Fast Lane, terwijl ook David Bowie een inspiratiebron moet zijn geweest. Daar moet je maar opkomen en dan moet je het nog uitvoeren ook. Het tekent de creatieve geesten van het bijzondere trio Scurio, Simian Crease en Reyna. Virgo is een luistertrip vanjewelste geworden die vrijwel overal de aandacht weet vast te houden. Razendknap. Pieter Visscher
De laatste keer dat we concreet iets van Kevin Whelan hoorden, is zo’n achttien jaar terug, toen hij met indierockformatie The Wrens de zwanenzang van die band uitbracht: The Meadowlands. De plaat werd goed ontvangen en scoorde op het toonaangevende Pitchfork zelfs een 9,5. Dat was wat overdreven.
En nu is Kevin Whelan terug. Het debuut van zijn huidige band Aeon Station is zo’n plaat die we goed kunnen gebruiken in pandemische tijden. Muziek redt de wereld sowieso sinds mensenheugenis. Whelan heeft er lang over gedaan, maar dat voorkomt dus dat er miskleunen op het album zijn te vinden. Alle tien goed. Nu al zin in de outtakes!
Observatory is een langspeler geworden die overloopt van kwaliteit, emoties en beklijvende songs. Een kerstcadeau, zo aan het eind van het jaar en met een beetje fantasie kunnen we het afsluitende Alpine Drive zelfs een kerstliedje noemen. “I’m on my way, I’m on my way back home”, zingt Whelan. Het is een heerlijk, zalvend, hartverwarmend nummer, dat troost biedt in toch wat dystopische tijden. It’s beginning to look a lot like Christmas. We moeten er wat van maken. Nietwaarrrrrrrr?
Daarbij helpt het zo veel mogelijk draaien van Observatory, dat niet alleen die troost biedt, maar ook de mogelijkheid verschaft jezelf even te verliezen in verrukkelijk uptempowerk met scheurende gitaren; Queens en Better Love. Terwijl het absolute hoogtepunt van de plaat het ruim vijfenhalve minuut durende Fade is en we niet voor de eerste keer merken dat Whelan de afgelopen jaren inspiratie opdeed bij Arcade Fire. Fade – check die video ook! – is zonder twijfel de beste rocksong die dit jaar is verschenen wereldwijd. Opbeurend, ontroerend, opzwepend, knallend en en en en én episch. Is dit jaar wél een betere rocksong verschenen? Laat het dan meteen weten: p.visscher@hotmail.com. Pieter Visscher
Popnoir- and artpopband Chabliz just released an EP with a completely different approach of Joy Division’s ‘New Dawn Fades,’ with an epic orchestral arrangement that reminds you of Philip Glass and Richard Wagner, an almost operatic, female fronted singer and a choir. Two of Chabliz’ bandmembers are Joy Division fans, that’s why they did put all of their love in this cover version. People who love gothic without any guitars or film music might love this too.
Track 3 of theEP is also quite interesting: the title song of ‘In Bluebeard’s Garden’ is a jazzy song like Track 2, but with some other influences too. Everybody knows the famous legend about Bluebeard a.k.a. Henry the 8th and his six wives. Chabliz wrote a song about this gothic fairytale and recorded the song with a beautiful string arrangement, made by pianist Pim, and a choir of six women (Catself, Kalipluche, Anna Rallo, Caroline Ros, Gudrun Blok and the leadsinger) who sing the role of Bluebeard’s six (mainly dead) wives, whose ghosts are still wandering through his delightful garden. The song has a touch of a Kate Bush vibe. The violins and cellos are played by Natasja van Doesburg and Giselle Bentvelsen.
The links to the EP on several different music platforms including Spotify and Apple Music are here: https://distrokid.com/hyperfollow/chabliz/in-bluebeards-garden
Chabliz is especially proud of its first track: ‘New Dawn Fades.’
Khruangbin en Leon Bridges kondigen vandaag hun nieuwste samenwerkings-EP Texas Moon aan, die op 18 februari uitkomt op Dead Oceans, in samenwerking met Columbia Records en Night Time Stories Ltd. Texas Moon, het vervolg op hit-EP Texas Sun, is een introspectieve wandeling door het donker. “Zonder vreugde kan er geen écht perspectief zijn op verdriet”, zegt Khruangbin. “Zonder zonlicht zorgt al die regen er niet voor dat dingen groeien. Hoe kun je de zon hebben zonder de maan?”
In combinatie met het dit nieuws presenteren Khruangbin en Leon Bridges de video voor “B-Side”, een verdwaalde western-opname in J. Lorraine Ghost Town en geregisseerd door Philip Andelman met al deze artiesten voor de allereerste keer in de hoofdrol.
Texas Moon dankt hun gemeenschappelijke thuisstaat voor inspiratie en onderzoekt peinzend de muzikale perceptie van Texas, terwijl ze hulde brengen aan het huwelijk van country en R&B dat synoniem is geworden met de eenzame sterrenstaat. Aangedreven door rollende gitaarlicks, conga en bongo, mediteert lead single “B-Side” op ontmoeting in een droom en dartelt door de naderende contemplatieve nachtelijke staat met zijn verlangensvreugde.
Elders op Texas Moon channelen de artiesten een nieuw intiem muzikaal bereik dat het meest dramatisch wordt geïllustreerd wanneer de ruimtelijke sensualiteit van de minimalistische ‘Chocolate Hills’ leidt naar de grimmige spiritualiteit die wordt aangesproken op ‘Father Father’, een herinnering aan de evangeliewortels van beide acts. Over een eenvoudig rollende gitaarfiguur smeekt Bridges de hemel – “Look at the mess that I made/Just a man with unclean hands”— alleen om herinnerd te worden aan Gods eeuwige liefde.
Voor Khruangbin was één nummer in het bijzonder een teken van het vertrouwen dat Bridges in hen stelde. “Het nummer ‘Doris’ gaat over zijn grootmoeder die de overgang maakt van deze wereld naar het volgende rijk”, zegt Johnson. “Het is een heel somber, heel diep nummer. En als iemand je dat soort werk in handen geeft, is het laatste wat je wilt doen het verprutsen, te veel produceren of te veel doen. We behandelden het met het respect dat het verdiende en behandelden Doris met het respect dat ze verdient.”
“Het is als een kort verhaal…”, zegt Lee over de muziek. “En het laat ruimte om deze verhalen bij elkaar te blijven brengen. Het is niet Khruangbin, het is niet Leon, het is deze wereld die we samen hebben gecreëerd.”
Na de release steeg “Texas Sun” naar de nummer 1 positie in de Billboard’s Emerging Artists Chart, samen met de nummer 1 op de plek in “Americana/Folk Albums”, de nummer 2 op “Vinyl Albums”, de nummer 4 op “Top Rock Albums” en nr. 6 op “Top R&B Albums”. Het is opmerkelijk dat de muzikale richtingen van beide partijen diep werden beïnvloed door hun tijd samen te werken aan Texas Sun.
Khruangbin’s meest recente studioalbum, Mordechai, verplaatste hun eigen zang naar de voorgrond, een verandering die ze gemakkelijk toegeven was een direct resultaat van het werken met Bridges. Hun geluid werd ook afgeluisterd voor de remix/herinterpretatie van een nummer van Paul McCartney voor het McCartney III Imagined-project. Ondertussen heeft Bridges, naast zijn genre-tartende Grammy-genomineerde album Gold-Digger’s Sound, verschillende andere uitdagende, gedeelde samenwerkingstracks uitgebracht, waaronder werk met John Mayer, Lucky Daye en meest recentelijk Jazmine Sullivan. Elk van de artiesten verscheen onlangs op Austin City Limits en zal het hele jaar door touren met de enige Benelux show gepland op 12 april 2022 bij AFAS Live.
Ja ja, we weten dat we niet zo lang geleden een ander nummer (Hung Up) van The Mysterines op het Breekijzer-schild hebben gehesen. Maar de spoeling is aan het einde van het jaar altijd dun en omdat volgens ons water The Mysterines in het nieuwe jaar waarschijnlijk een speler van belang op het harde rockveld gaat worden, leek het ons een goede zaak om de band nogmaals in het zonnetje te zetten.
De vraag is eigenlijk niet zozeer of, maar wanneer The Mysterines doorbreken. Zoals de meeste bands die graag lawaai maken, komt ook The Mysterines het best uit de verf als er mensen op hun lip staan, als de geur van zweet die van bier verdringt en als er spontaan moshpits ontstaan. Als de boel op slot blijft zal de doorbraak dus wat langer op zich laten wachten.
Voor wie nieuw is hier of de vorige ronde heeft gemist. The Mysterines komt uit Liverpool en wordt aangevoerd door zangeres-gitariste Lia Metcalfe. Zij ziet er heel anders uit dan ze klinkt. Ze oogt als het leukste meisje van de klas, maar klinkt als …..haar broer? Alle gekheid op een stokje. Ze heeft een opvallend lage stem. Maar zingen kan ze als de beste!
The Bad Thing is een live favoriet van zowel het publiek als de band; een dreigende rocksong vol alibi’s voor de gitaristen om zich eens lekker te buiten te gaan aan solo’s. Als halverwege de drummer dan ook nog even op de versnelling trapt begint het dak zijn eerste scheuren te vertonen.
The Mysterines is relatief nieuw. Na twee EP en drie singles verschijnt volgend jaar maart hun debuutalbum, Reeling geheten. Daarvan is The Bad Thing ( net als Hung Up) een zeer geslaagde voorbode.
Zo droog zonder beelden is Toubouk Ine Chihoussay van Etran de L’Aïr al een topplaat, een nieuw hoogtepunt in het toch als niet misse sahara-rock genre. Met video erbij gaat er vrij letterlijk een wereld voor je open.
Je ziet een schandalig lekker rockende band zijn beste beentje voorzetten tijdens iets wat lijkt op een buurtfeest, maar dan in een oase. Zo’n veertig man, vrouw en kinderen -allemaal op hun ‘suikerfeest-best’ gekleed- zijn toegestroomd en gaan langzaam op in de muziek.
Etran de L’Aïr bestaat uit een gitarist, een bassist en een drummer. Die gitarist daar draait het om. Hij speelt feitelijk é´´én lange solo. In het begin wordt er nog wat gezongen, maar als hij eenmaal op temperatuur is, gaat hij los. Als het donker was geweest had je zijn gitaar langzaam zien gaan gloeien.
Etran de L’Aïr komt net als Tinariwen, Bombino en Mdou Moctar uit de door burgeroorlogen geteisterde grensstreek van Algerije, Libië en Niger en kan zich makkelijk met hen meten. En in geval van Toubouk Ine Chihoussay zelfs overtreffen.